Tips voor landschapsfotografie

 

Voorbereiding

Verken vooraf je locatie. De ene plaats is nu eenmaal interessanter bij strijklicht en de andere is weer mooi bij de eerste zonnestralen van de dag en weer een andere plek is fantastisch met dreigende wolken. Je kunt heel veel informatie halen op de sites van Google maps, Google Earth, buienradar en AccuWeather. Ook foto's van andere fotografen kunnen je inspireren en helpen.

Mij heeft het kijken naar en beoordelen van foto's sterk geholpen met het bepalen van wat een goede compositie is, alhoewel dit ook een kwestie van persoonlijke smaak is.

 

Maak gebruik van het mooiste licht

Eén van de belangrijkste factoren in deze tak van fotografie is het licht en als het licht niet klopt zal je foto niet zo worden als je gehoopt of verwacht had. Het licht kan je foto maken of breken, het zorgt voor sfeer en gevoel. Adembenemend licht kan een doorsnee landschap omtoveren tot een sprookjeslandschap.

Je hebt vele nuances, kleuren en types licht en zelfs de kwaliteit van het licht is aan verandering onderhevig. Kijk voor meer informatie over kleurtemperatuur even naar het artikeltje over witbalans

 

Leer het licht kennen en leer zien wat de verschillende soorten licht met het landschap doet. Al doe je het onderweg naar je werk, dat verkort zelfs de tijd in de file of die saaie treinreis.

Zo leer je ook herkennen hoe een landschap op een bepaald soort licht reageert en daar kun je dan weer op anticiperen met je camera.

 

Neem de tijd! Haast je niet en wacht tot het juiste licht/moment zich voordoet.

Het duurde even voordat de wolk voor de zon dreef, maar mijn geduld werd beloond. Zonder de wolk was het een saaie foto geworden

Na verloop van tijd zul je erkennen dat fel zonlicht midden op de dag niet het meest ideale is. Je foto zal er zelfs "plat" door ogen. Uitzonderingen daar gelaten:

Door de glooiende hellingen, de schaduwen van de weinige wolken en de opbouw van het landschap geeft het harde licht de foto hier juist iets meer.

 

De standaard camera instellingen

Bij het fotograferen van een landschap is het meestal de bedoeling om alles volledig scherp weer te geven. Het is dus belangrijk een diafragma te kiezen waar je een grote scherptediepte mee bereikt.

De meeste lenzen leveren de beste prestaties tussen de f/8.0 en f/11, waarbij f/8.0 toch vaak nog onvoldoende scherptediepte geeft voor deze tak van fotografie. Je kiest dus een hoger diafragma.

 

 Vervolgens pas je de sluitertijd aan op het door jou gekozen diafragma (let daarvoor op je belichtingsmeter).

 

Om een schoon en helder beeld ( zonder ruis) te krijgen laat je de ISO zo laag mogelijk staan, 100 of 200 is prima. Soms ben je door omstandigheden gedwongen de ISO toch wat op te schroeven om lange sluitertijden en dus bewegingsonscherpte te voorkomen. Bijvoorbeeld op een winderige dag, bij slecht weer of als het begint te schemeren. Het beste kun je natuurlijk een stevig statief meenemen, zodat je toch een langere sluitertijd kunt kiezen en je ISO niet hoeft te verhogen.

 

Je kunt de witbalans op automatisch laten staan daar het licht toch iedere keer verandert. Indien je in RAW fotografeert kun je dit achteraf in een bewerkingsprogramma nog aanpassen zonder kwaliteitsverlies.

De Teide op Tenerife.

Dit landschap is midden op de dag genomen en met volop zon.

Het resultaat is wat vlak.

Leer correct te belichten

Een correct belichte foto staat garant voor de beste beeldkwaliteit. Achteraf kun je in een fotobewerkingsprogramma nog redelijk wat aanpassen, maar het zal altijd ten koste gaan van de kwaliteit. Houdt dus goed je lichtmeter in de gaten voordat je de opname maakt en kijk na de opname of het histogram klopt en niet buiten het kader loopt en je details in de hoge lichten en schaduwpartijen verliest.

Indien nodig maak je nog een opname met bewuste onder- of overbelichting.

Mistflarden in het bos. 

 

Licht is gemeten op het lichte groen, vervolgens één stop onderbelicht om de mist extra uit te laten komen.

Maak meerdere opnames van hetzelfde onderwerp

Meestal is de compositie van de eerste opname niet gelijk de allerbeste. Je doet er daarom goed aan om meerdere opnames te maken vanuit verschillende standpunten en vanuit een andere hoek. Vermijd de standaard opnames vanuit ooghoogte, fotografeer vanuit een hoog of juist een laag standpunt. Dit kan enorme invloed hebben op de vormen en texturen. Je zult versteld staan van de resultaten. 

In het begin kan het je helpen door een diaraampje of een kartonnen kadertje te kijken om je compositie te bepalen. Hier kun je lezen hoe je een dergelijk kadertje maakt en kunt gebruiken.

 

Probeer ook eens hetzelfde onderwerp te fotograferen met verschillende brandpuntsafstanden en/of lenzen. Het is leuk om te zien wat het effect van een groothoeklens is of ga eens in detail met een tele. Bovendien leer je inschatten welk brandpuntsafstand of welke lens geschikt is voor een bepaald onderwerp.

 

Je bent vaak geneigd een foto van een landschap in de horizontale stand te nemen, maar ook opnames in de portretstand kunnen verrassende resultaten geven. Wissel het af. Je kunt later altijd nog een keuze maken.

 

Let ook op de lucht. Een interessante lucht? Dan houd je de horizon laag in je compositie. Is de voorgrond dan plaats je de horizon hoog in beeld.

 

Meer compositietips vind je hier.

En landschapsfoto in horizontale stand is een standaard gegeven. Maar ook in portretstand kun je mooie opnames maken. Zoals bij deze foto waar de bomen door de verticale stand van de foto goed tot hun recht komen. Meer over horizontale | verticale opnames kun je hier lezen.

Scherpstelling

Je kunt het beste in de manuele scherpstelstand werken. Dit is het meest accuraat en voorkomt dat de scherpte  net te veel naar voor of naar achter ligt. De scherptediepte verhoudt zich als 1/3 scherpte voor en 2/3 scherpte achter. Dat betekent dat als je in een landschap op 1/3 van het onderkader scherpstelt alles, van voor tot achter, scherp moet zijn.

 

Op de Dof-mastersite kun je het merk van je camera invullen en het brandpuntsafstand van je objectief, de tabel geeft dan exact weer waar de scherptediepte ligt en bij welk diafragma. Heel handig!

 

Zonnekap

Standaard zit deze altijd op mijn lens! Ook als het donker is, want ook het licht van bijv. een auto of een lantaarnpaal kan lensflare veroorzaken. De kap biedt nl. bescherming tegen stoten en voorkomt daardoor krassen of erger op je dure glaswerk. Buiten dat voorkomt de kap "lensflare" in je foto.

Doordat de zonnestralen rechtsstreeks in de lens vallen krijg je de gekleurde cirkels in je foto, lensflare genaamd.

 

Hier bewust gekozen om de zonnekap van de lens af te laten voor het effect.

Filters

Iedere landschaps/natuurfotograaf heeft standaard een aantal filters in zijn/haar fototas zitten. Welke en waarvoor gebruik je ze? Ik noem de belangrijkste:

  • UV filter: Blokkeert het ultraviolette licht en voorkomt een blauwzweem bij fotografie op grote hoogten. Wordt ook gebruikt als bescherming voor je objectief.
  • Polarisatiefilter: Verzadigd de kleuren meer ( denk aan de ansichtkaarten van de witte sneeuwtoppen van de Alpen onder een wel heel blauwe lucht) en elimineert reflecties op het wateroppervlak, ruiten etc.
  • Grijsfilter: Om op een heldere dag langere sluitertijden te creëren 
  • Grijsverloopfilters: Om sterke contrasten te verminderen tussen lucht en voorgrond.

In een later blog zal ik dieper ingaan op filters en het gebruik ervan.

 

Nog wat tips:

- Fotografeer je vanaf statief, zet dan de stabilisator van je lens uit. Je zou anders juist 

  onscherpe foto's krijgen.    

- Stadsgezichten zijn vaak net zo inspirerend als landschappen. Bovendien hebben ze vaak

  meer details.    

- Een rechte horizon is een must bij landschapsfotografie.

- Kijk met regelmaat achterom tijdens je wandelingen je zult versteld staan welke verrassende                             landschappen je   al achter je hebt gelaten.

- Zet iets op de voorgrond ( een steen, bloemen, struik, palen etc.), om diepte in je foto te  

   brengen.

- Kijk naar lijnen in het landschap zoals een slootje, een weg, een rij bomen, etc.

- Let ook op de kleurcontrasten ( bijv. geel en blauw)

- Kom je langs een interessante locatie om later te fotograferen, noteer deze. Je gaat het

   anders echt vergeten ( ik spreek uit ervaring).

- Een vuilniszak in je fototas is altijd handig voor als je op de knieën of je buik moet

  voor een mooi beeld .

- Bij zonsopgang en -ondergang heb je het mooiste licht. Op deze site kun je de locatie invullen en je kunt    dan de exacte tijden zien wanneer de zon opkomt en/of ondergaat zodat je op tijd op locatie kunt zijn.

- Observeer en kijk waar het licht het mooiste op je onderwerp valt.

- Met regenachtig weer heb je wel vaak mooi licht. Ga je er dan regelmatig op uit schaf dan een regenhoes    aan, ze zijn er al v.a. Eur. 10,--.       

- Last but not least: Vergeet niet te genieten van al het moois om je heen. Ook als het fotograferen een keer     niet lukt. Autorijden heb je tenslotte ook niet in één dag geleerd.

 

Let op contrasterende kleuren voor een sterk beeld

Om de kleine wolkjes goed uit te laten komen en sfeer in de foto te brengen heb ik het licht naast de zon gemeten en vervolgens anderhalve stop onderbelicht

Ook hier geldt:

Had ik de uitkomst van de lichtmeter gevolgd, dan waren de zonnestralen amper zichtbaar geweest. 

2 stops onderbelicht.

Resultaat van het gebruik van een grijsverloop filter.

 

Zonder dit filter zou de lucht als een grijze massa zonder detaillering worden weergegeven.

Door vanaf een hoger gelegen standpunt te fotograferen creëer je veel diepte in je foto.

Kijk altijd goed om je heen!

Gewone rechte boom-stammen krijgen door de diagonale lijn, welke gevormd wordt door de begroeiïng, toch iets bijzonders. De omzetting naar zwart/wit heeft het contrast meer versterkt

Het kleine zonnetje op deze herfstdag was zo vriendelijk om net op het riet te schijnen.

In een dergelijke foto is het van belang dat deze van voor tot achter scherp is.

Dus een klein diafragma ( groot getal) kiezen en vervolgens scherpstellen op 1/3 van de onderkant van het kader

Probeer iets te vertellen met je foto's.

 

Deze foto vertelt het verhaal van een klein boompje boven de wolken waarvan het leven eindigde in de lavastroom van een vulkaanuitbarsting.

 

 

Door het gebruik van een polarisatiefilter word je niet gehinderd door schitteringen en reflecties op en in het water. Je kunt zelfs tot aan de bodem kijken.

De lucht heeft meerdere lagen. Gekozen voor een lage horizon.

Hier vormen de keien een mooie voorgrond, terwijl de lucht niet zo interessant is. Dan kies je voor een hoge horizon

 

Mijn Facebook-pagina vul ik regelmatig aan met nieuwe fototips. Als je de tips niet wil missen is het handig om de pagina te liken. Je kunt natuurlijk ook een groeps- of individuele workshop volgen , informatie vind je hier.

Dit artikel delen:


Meer lezen? Hieronder vind je gerelateerde artikeltjes.



Commentaar schrijven

Commentaren: 0

©2017 Marianne Rouwendal-Tollenaar/MRTfotografie | Tel.: 06-22277959 | K.v.K.: 32169756 | BTW: NL172796313B01 

 

 

Reproductie alleen na voorafgaande schriftelijke toestemming